Op 16 mei 2026 — de Internationale Dag van het Samen Leven in Vrede — viert Huis van Vrede haar tiende verjaardag. We spraken met een van de oprichters, Alaeddine, over de oorsprong, de impact en de droom voor de toekomst.

Huis van Vrede bestaat tien jaar. Maar voordat het een naam had — wat was de eerste vonk?
Dit initiatief is ontstaan vanuit de visie van Sjeik Khaled Bentounes, een van de grote vredestichters van onze tijd. Ruim vijftig jaar heeft hij onvermoeid de dialoog voortgezet tussen de verschillende levensbeschouwingen — maar tegelijk ook een vredespedagogiek gegeven aan jeugdorganisaties en scoutingbewegingen wereldwijd. Hij wist een groepje jongeren hier in Nederland te inspireren, ons aan te moedigen: maak een ruimte. Een plek voor de cultuur van vrede en samenleven. Een plek waar je leert dialoog te voeren, conflicten op te lossen, waar iedereen — ongeacht afkomst, geloof of overtuiging — zich welkom voelt en kan meewerken aan een vreedzame stad.
Voor ons was het in het begin vooral veel geloof in die visie. Veel mensen hebben zich aangesloten. Maar sommigen zagen ons als mensen die een boot op het droge aan het bouwen zijn.

Wat is Huis van Vrede vandaag de dag precies?
Het is een ecosysteem. Een ruimte voor ontmoeting en vredeseducatie, maar ook een boodschap en een verbindende kracht in de samenleving. Er is De Cirkel, onze scoutingorganisatie, die via natuur en spel waarden van burgerschap, vrede en veerkracht doorgeeft aan kinderen en jongeren. Er is een dialoogwerkgroep die de cirkelmethodiek van deugden en kwaliteiten inzet — bij ons, maar ook bij organisaties elders in het land en soms daarbuiten.
En Huis van Vrede is een broedplaats voor ideeën. Een onderwijsconcept dat hier werd uitgedacht, is uitgegroeid tot een volwaardige, door de minister bekostigde basisschool — School van Vrede — die nu vier jaar draait en blijft groeien. We hebben deelgenomen aan Floriade Expo 2022 met de Garden of Peace, een tuin van meer dan duizend vierkante meter, waar honderdduizenden bezoekers uit de hele wereld kennismaakten met onze visie. Via planten uit zes continenten, een vijftien meter lange spiralenmuur met inspirerende persoonlijkheden, en een parcours over de bijdrage van beschavingen aan de mensheid van vandaag.


Wat verbindt al die verschillende mensen die zich bij jullie aansluiten?
Hun liefde voor de samenleving. Voor vrede. Ze zijn innerlijk bewogen om het verschil te maken. Sommigen doen dat door in de tuin te werken, anderen door gasten te ontvangen, anderen schrijven. Ieder op zijn eigen manier. We zijn hier ook om te leren en als mensen te groeien en ons te ontwikkelen.
Wat mensen bindt, is dat ze innerlijk bewogen zijn om het verschil te maken.
Wat heeft Almere aan jullie gehad, deze tien jaar?
Dat is iets voor de Almeerders, om zelf te wegen. Maar wat ik kan zeggen: op momenten dat het schuurde in de stad, dat er spanningen waren tussen gemeenschappen, konden wij de verbindende schakel zijn. We hebben tientallen, misschien wel honderden kinderen en gezinnen de ruimte geboden zichzelf te ontwikkelen — in vrede met de ander, met zichzelf, met de natuur. Velen van hen zijn nu actief in de samenleving: in de academische wereld, in de politiek, in de zorg, in het onderwijs.
En wij hebben van Almere geleerd dat je sociale cohesie moet scheppen, niet alleen verbruiken. Als jonge stad kun je niet teren op een eeuwenoude sociale infrastructuur. Die moet je zelf, samen, blijven stichten en onderhouden. Dat is een les die nog voortduurt.

Wat was het moeilijkste van deze tien jaar?
Het vrijwilligersleven staat enorm onder druk. Mensen hebben uitputtende en complexe levens. Er is ook veel afleiding online. Je ziet het terug in de moeite die het kost voor jongeren en voor mensen in het algemeen om uit hun cocon te komen, de ander echt te ontmoeten, zich in te zetten voor de samenleving, voor de komende generaties. Incidenteel wil iedereen weleens iets goeds doen, ergens helpen, een donatie doen — dat is gelukkig nog wel zo.
Elk groot project dat we hebben uitgevoerd is gepaard gegaan met tegenslagen. En we willen graag een duurzaam, permanent gebouw realiseren. Dat gaat niet zo snel als we wensen, deels vanwege gemeentelijk oponthoud.
En de toekomst? Wat is de droom voor de volgende tien jaar?
Een duurzaam gebouw waar al deze activiteiten verder ontplooid worden. Een plek die Almere helpt transformeren tot een stad van vrede en dialoog — en die kennis vervolgens exporteert naar de rest van het land, en misschien de wijdere wereld.
Toen we begonnen zeiden ze: 'jullie bouwen een ark op het droge'. Samen leven in vrede? Men zag of voelde de noodzaak niet echt. Nu heb ik tien jaar later pas het antwoord: een boot kun je niet in het water bouwen, enkel op het droge.
En het is nu buiten iedere twijfel dat de wereld enorm veel behoefte heeft aan vrede, aan bemiddeling, dialoog en wijsheid.
Ik heb nu tien jaar later pas het antwoord op de mensen die sceptisch waren.
